Je ziet het steeds vaker: iemand die in zijn eentje een tentje opzet, zonder vrienden, zonder gezin, zonder wifi. Waar kamperen vroeger iets was wat je samen deed, kiezen steeds meer mensen ervoor om er alleen op uit te trekken. Dat is niet alleen een gevoel, er zit ook data achter, en die data roept meteen de vraag op hoe je dat in Nederland en België eigenlijk veilig en legaal doet.
Dit zeggen de cijfers
In de Verenigde Staten volgt camping-platform The Dyrt de trend al jaren. Uit het camping-rapport van 2025, aangehaald door journalist Sarah Joseph op The Manual, blijkt dat het percentage kampeerders dat minstens één nacht alleen doorbrengt gestaag stijgt: van ongeveer 18 procent in 2021, naar 24 procent in 2022, 29,8 procent in 2023 en 30,6 procent in 2024. Dyrt-ceo Kevin Long noemt solo kamperen inmiddels "een voorbeeld van een trend die het nieuwe normaal is geworden". De stijging liep door alle leeftijdsgroepen heen, dus het is geen puur jongerending of iets voor net-gepensioneerden.
Belangrijke kanttekening: dit zijn Amerikaanse cijfers. Voor Nederland en België bestaat zo'n harde jaarlijkse meting niet. Maar de beweging die erachter zit, de behoefte aan rust, aan een eigen tempo en aan tijd zonder gesprek, herken je ook hier terug in de groeiende populariteit van kleine natuurcampings en paalkampeerplekken.
Waarom mensen juist nu kiezen voor stilte
Volgens hetzelfde Amerikaanse onderzoek noemt 69 procent van de kampeerders rust en eigen tijd als belangrijkste reden om er alleen op uit te gaan. Geen overleg over de route, geen compromis over het eten, geen gesprekken die je afleiden van het geluid van de wind in de bomen. Voor veel mensen is het ook gewoon praktisch: je eigen agenda plannen gaat sneller dan die van drie anderen laten matchen. Een weekend vrij is zo weer gevuld, zonder dat er eerst dagenlang een groepsapp over vertrektijden en proviand doorheen moet.
Er is ook een minder voor de hand liggende reden: zelfvertrouwen. Wie een nacht alleen in het bos heeft doorgebracht en wakker wordt zonder dat er iets misging, merkt dat vaak aan hoe hij daarna weer tegen gewone dagelijkse stress aankijkt. Niet omdat er iets magisch aan de natuur zit, maar omdat je jezelf hebt bewezen dat je een probleem zelf kunt oplossen zonder dat er iemand naast je staat om het over te nemen.
Zo zit het met de regels in Nederland en België
Hier wringt de schoen een beetje. Wildkamperen, zomaar een tentje opzetten waar je wilt, is in Nederland niet toegestaan. Volgens de ANWB mag dat alleen op aangewezen paalkampeerplekken, die sinds 2020 niet meer door Staatsbosbeheer maar door Stichting Wildkamperen worden beheerd. Negeer je dat en word je toch betrapt op een plek waar het niet mag, dan riskeer je een boete en word je door een boswachter gevraagd te vertrekken.
Wil je toch legaal en alleen een nacht buiten slapen, lees dan eerst ons artikel over legaal overnachten onder de sterren in Nederland, zodat je niet voor een vervelende verrassing komt te staan op je eerste solo-trip.
Zo bereid je je eerste solo-nacht voor
De ANWB geeft een veiligheidstip die bij solo kamperen zwaarder telt dan anders: zorg dat er altijd iemand weet waar je bent en wanneer je terugkomt. Zonder iemand die meegaat, ben jij de enige die het verschil merkt tussen "het duurt gewoon langer" en "er is iets mis". Spreek dus vooraf een tijdstip af waarop je laat weten dat je veilig bent, en wat iemand moet doen als je op dat moment niet reageert.
Investeer ook in navigatie die niet afhankelijk is van een opgeladen telefoon. Alleen op pad betekent dat een kapotte of lege telefoon een ander probleem is dan wanneer je met een groepje bent, er is dan niemand die het van je overneemt. Lees hoe je in het wild navigeert zonder kompas of telefoon voor een back-up die altijd werkt, ook als je powerbank het laat afweten.
Kijk daarnaast kritisch naar je slaapplek. Een bivakzak werkt met minder ruimte en gewicht dan een tent, maar vraagt wel dat je de ondergrond en het weer goed inschat voordat je gaat liggen. Juist bij solo kamperen loont het om die keuze niet op het laatste moment te maken.
Wat je nooit alleen moet doen
Alleen kamperen betekent niet dat je overal alleen moet klimmen, oversteken of improviseren. Een rivier doorwaden, een onbekende rotswand beklimmen of een vuur stoken op een plek waar je de ondergrond niet kent: dat zijn precies de momenten waarop een klein ongeluk zonder hulp groot wordt. Bouw daarom een extra marge in die je met gezelschap misschien zou overslaan, en ken de basis van jezelf zichtbaar maken voor een reddingsteam voordat je vertrekt. Niet omdat je een ongeluk verwacht, maar omdat je dan precies weet wat je moet doen als het toch misgaat.
Begin klein, dan durf je meer
Je hoeft niet meteen een week alleen de wildernis in. Begin met één nacht op een paalkampeerplek die je al kent, dicht bij huis, met een opgeladen telefoon en iemand die weet waar je bent. Merk je dat je die stilte juist zoekt in plaats van vreest, dan bouw je vanzelf op naar langere en afgelegenere trips. De Amerikaanse cijfers laten vooral één ding zien: hoe meer mensen het proberen, hoe normaler het wordt. Voor jouw eerste nacht alleen in het bos geldt precies hetzelfde.