Nederland loopt voorop in een trend die niemand had voorspeld: jonge mensen ruilen de stedentrip massaal in voor een tocht door bos, heide of duin. Zoekdata van Airbnb laat een stijging van 29 procent zien in natuurvakanties onder Gen Z dit najaar, de sterkste groei van alle Europese landen. En dat is geen toeval, want ook eigen onderzoek van de ANWB en Wandelnet laat hetzelfde patroon zien.
Gen Z kiest het bos boven de stad
Waar twintigers een paar jaar geleden vooral naar Barcelona of Berlijn vlogen voor een weekendje, boeken ze nu steeds vaker een plek middenin de natuur. Otterlo op de Veluwe zag de zoekopdrachten met 474 procent stijgen, Midsland op Terschelling zelfs met 517 procent. Dat zijn geen kleine schommelingen, dat is een verschuiving in hoe een hele generatie haar vrije tijd invult.
Het zit ook in kleinere dingen. Steeds meer mensen plannen geen weekendje weg meer, maar gewoon een avond na werk op pad. Dat principe staat ook centraal in ons artikel over korte avonturen na werktijd: je hoeft niet drie dagen vrij te nemen om toch het gevoel van een echte trip te krijgen.
Waarom jongeren opeens massaal gaan wandelen
Onderzoek van ANWB en Wandelnet onder ruim 1.100 jongeren tot 30 jaar geeft een helder antwoord: 41 procent wandelt vooral voor rust en ontspanning. Een derde van de ondervraagden loopt inmiddels meer dan voor de coronapandemie, en meer dan de helft wandelt het liefst samen met vrienden, familie of een partner. Wandelen is dus niet langer iets voor je ouders, het is een sociale activiteit geworden die precies past bij een generatie die op zoek is naar momenten zonder scherm.
Daar komt nog iets bij: wandelen kost bijna niets. Geen vliegticket, geen hotelkamer, soms niet meer dan een paar goede schoenen en een rugzak. In een tijd waarin elke euro telt, is dat geen bijzaak maar een van de grootste redenen waarom de heideroute het wint van de stedentrip.
Van zondagswandeling naar prestatietocht
Het opvallendste cijfer komt van de Wandelbond zelf: 39 procent van de wandelaars onder de 35 jaar kiest inmiddels voor langeafstands- of prestatietochten, zoals de Nijmeegse Vierdaagse of een Kennedymars. Directeur Gijs Janssen van de Wandelbond zegt dat een concreet doel jongeren motiveert om vaker en langer op pad te gaan. Een los rondje door het park is leuk, maar een tocht van 40 of 50 kilometer geeft iets om naar toe te trainen.
Diezelfde verschuiving van rustig wandelen naar een echte uitdaging zie je terug bij mensen die hun eerste berg beklimmen. Wie daar serieus mee aan de slag wil, kan het beste eerst uitzoeken met welk type gebergte hij te maken krijgt, want de drie populairste soorten bergen voor bergbeklimmers vragen allemaal een andere aanpak en andere uitrusting.
De beste plekken om dit najaar te beginnen
Het Dwingelderveld in Drenthe is het grootste natte heidegebied van West-Europa en leent zich perfect voor een eerste lange tocht: vlak, overzichtelijk en toch echt stil. Verder naar het oosten ligt Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug bij Nijverdal, waar de route Rollende Heuvels je langs een kudde van zo'n 600 schapen en over de steile Haarlerberg voert. De paarse heide is in oktober alweer verkleurd naar bruin, maar precies dat geeft het landschap die stille, ingetogen schoonheid waar de boswachters van het gebied zelf ook mee adverteren tijdens hun herfstexcursies.
Wie liever meteen een avontuur zoekt dat verder gaat dan één dagje, kan het beste van tevoren uitzoeken waar overnachten in de open lucht eigenlijk mag. Dat is in Nederland strenger geregeld dan veel mensen denken, en ons overzicht van wildkamperen in Nederland zet precies uiteen welke regels per provincie gelden.
- Dwingelderveld (Drenthe): vlak, stil, uitstekend voor een eerste lange tocht van 15 tot 20 kilometer.
- Sallandse Heuvelrug (Overijssel): glooiende heuvels, de Haarlerberg als pittigste klim, route Rollende Heuvels van 13 of 18 kilometer.
- Terschelling: duinen, strand en bos in één route, ideaal voor een weekend met overnachting.
Het mooie aan deze drie gebieden is dat ze alle drie met het openbaar vervoer te bereiken zijn, dus je hebt niet eens een auto nodig om te beginnen. Vanaf station Nijverdal loop je in een kwartier naar het startpunt van Rollende Heuvels, en vanaf Harlingen vaart de boot rechtstreeks naar Terschelling. Juist die laagdrempeligheid verklaart voor een groot deel waarom zo veel jongeren de stap nu wel durven te zetten: er is geen grote logistieke drempel meer tussen "ik zou wel willen wandelen" en daadwerkelijk op pad gaan.
Dit is hoe je morgen zelf begint
Je hebt geen dure uitrusting of een hele vrije week nodig om mee te doen aan deze verschuiving. Zoek een natuurgebied binnen een uur rijden, pak een route van 10 tot 15 kilometer en loop die dit weekend. Merk je dat het je bevalt, bouw dan rustig op naar een langere tocht of een eerste prestatiewandeling. Precies zo begonnen de meeste doorgewinterde wandelaars ook, met één rondje dat net iets langer duurde dan gepland.