Survivalvaardigheden

Zo maak je jezelf zichtbaar voor een reddingsteam

· 6 min leestijd

Je kunt vuur maken, water filteren en een schuilplaats bouwen, maar als niemand weet waar je bent, ben je nog steeds afhankelijk van geluk. De meeste reddingsacties in het wild draaien niet om overleven op zich, maar om gevonden worden. En dat is een vaardigheid apart, met eigen regels en internationale afspraken die vrijwel niemand kent tot het moment dat ze nodig zijn.

Wat mij altijd opvalt bij cursisten: iedereen heeft wel een fluitje aan de rugzak hangen, maar bijna niemand weet welk signaal je daar internationaal mee geeft. Hetzelfde geldt voor een spiegeltje of een grondsignaal. Hieronder de signalen die echt werken, en waarom oefenen belangrijker is dan de gadget zelf.

Het internationale alpiene noodsignaal

In de bergen geldt een vaste afspraak: zes signalen per minuut, dus om de tien seconden een geluid of lichtflits, gevolgd door een minuut stilte. Dat herhaal je net zolang tot iemand reageert. Het antwoord daarop is drie signalen per minuut, dat betekent dat hulp onderweg is. Dit werkt met een fluitje, een zaklamp of zelfs door met een stok op een boomstam te slaan, als het geluid maar draagt.

Het belangrijkste is het ritme. Willekeurig fluiten wordt door een reddingsteam vaak niet als noodsignaal herkend, drie of zes regelmatige signalen wel. Test dit een keer thuis met een fluitje voordat je het in het veld nodig hebt, dan weet je precies hoeveel adem en tijd je nodig hebt.

Een spiegel is zichtbaar over kilometers

Een signaalspiegel is een van de meest onderschatte stukjes gear in een survival rugzak, terwijl hij bij helder weer zichtbaar kan zijn tot op tien kilometer afstand. Het lastige is het richten: je moet de reflectie precies op het doel krijgen, en dat lukt niet door lukraak in de zon te wapperen.

De truc is een referentiepunt gebruiken. Houd je hand of een tak voor je uit op ooghoogte, laat het licht van de spiegel eerst op die hand vallen en beweeg de spiegel dan langzaam tot de lichtvlek over je doel, bijvoorbeeld een vliegtuig of een groepje wandelaars in de verte, heen schuift. Zonder oefening mis je vaak, met een paar keer proberen krijg je het ritme snel te pakken.

Praten met een helikopter zonder radio

Als een reddingshelikopter overkomt, kun je met je lichaam of met voorwerpen op de grond communiceren. Het belangrijkste teken om te onthouden is de Y-vorm: armen wijd omhoog gestrekt betekent "ja, ik heb hulp nodig". Armen recht omlaag langs je lichaam betekent juist "nee, geen hulp nodig", handig als een helikopter uit voorzorg langskomt terwijl het met jou prima gaat.

Heb je geen zicht op de piloot, leg dan grote symbolen op de grond met wat voorhanden is: takken, stenen, kleding in felle kleuren. Een grote X betekent dat je hulp nodig hebt maar niet kunt bewegen, een pijl geeft de richting aan waarin je verder trekt. Maak de symbolen minstens drie meter groot, vanuit de lucht is een klein hoopje takken gewoon niet te onderscheiden van bosbodem.

Rook als signaal, met de juiste voorzichtigheid

Overdag is rook vaak beter zichtbaar dan vuur, vooral als je groene of vochtige takken op een bestaand vuurtje legt. Drie afzonderlijke rookkolommen op enige afstand van elkaar zijn een herkend noodsignaal, in tegenstelling tot één enkele kolom die net zo goed een kampvuur van andere wandelaars kan zijn. Nachts werkt het andersom: dan is een heldere vlam juist zichtbaarder dan rook.

Denk wel na voordat je een signaalvuur start. In droge, winderige omstandigheden kan een ongecontroleerd vuur zelf het probleem worden. Kies een open plek zonder laaghangende takken erboven, en houd voldoende water of zand binnen handbereik om het vuur direct te kunnen doven zodra het zijn werk heeft gedaan.

Signaleren zonder uitrusting

Geen fluit, geen spiegel, geen aansteker? Ook dan kun je opvallen. Felgekleurde kleding uitspreiden op een open plek, zoals een oranje regenjas op een rots, springt eruit tegen groen of grijs terrein. Drie keer roepen, drie keer in je handen klappen of drie keer met iets metalen op elkaar slaan volgt hetzelfde principe als het fluitsignaal: series van drie of zes worden herkend als bewust signaal, willekeurig geluid niet.

Wie kort na het verdwalen nog goed ter been is, kan het beste juist op een open, hoog gelegen plek blijven in plaats van verder het bos in te trekken. Reddingsteams zoeken vaak vanuit de lucht of met verrekijkers vanaf hoge punten, en een kale heuveltop is nu eenmaal makkelijker te scannen dan dicht kreupelhout. Combineer dat met de kennis uit navigeren zonder kompas of telefoon om in elk geval te weten in welke richting bewoning ligt, mocht je toch besluiten te bewegen.

Waarom oefenen belangrijker is dan gear

Je kunt de duurste signaalspiegel en het felste fluitje kopen, maar op het moment dat je moe, koud of in paniek bent, val je terug op wat je al eens hebt gedaan. Oefen daarom vooraf: laat een vriend vanaf een heuvel controleren of jouw spiegelsignaal aankomt, tel hardop mee bij het fluiten, en bekijk vooraf welke open plekken in jouw favoriete wandelgebied geschikt zouden zijn als noodlocatie.

De Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging geeft op haar site een uitgebreid overzicht van hoe alarmering in de praktijk werkt, van het bellen van het juiste noodnummer tot wat je moet doorgeven aan de meldkamer. Combineer die kennis met de signalen hierboven, en de kans dat een reddingsteam je snel vindt, groeit aanzienlijk. Wie eenmaal een noodschuilplaats heeft gebouwd om de nacht door te komen, doet er goed aan meteen ook een duidelijk signaal bij die plek achter te laten, zodat zoekers je positie in één oogopslag herkennen.

B
Geschreven door Bram Visser Survival expert & wilderniscoach

Bram is het type dat een weekend in het bos doorbrengen geen straf vindt maar een vakantie. Als gecertificeerd wilderniscoach en voormalig marinier heeft hij geleerd om te overleven onder de meest uitdagende omstandigheden. Hij schrijft met een no-nonsense stijl en test elk stuk gear persoonlijk voordat hij erover schrijft. Zijn meest trotse moment? Drie dagen overleven in Noorwegen met alleen een mes en een vuurstaal.