Survivalvaardigheden

Zo navigeer je in het wild zonder kompas of telefoon

· 6 min leestijd

Je telefoon heeft geen bereik meer en de batterij is leeg. Je kompas zit thuis op tafel. De bomen zien er aan alle kanten hetzelfde uit. Dit is precies het moment waarop survivalvaardigheden het verschil maken tussen een avontuur en een nachtmerrie.

Het goede nieuws: de natuur geeft je meer aanwijzingen dan je denkt. Zon, sterren, schaduw en zelfs bomen vertellen je in welke richting je loopt, als je weet waar je op moet letten. Hieronder leer je de technieken die elke survivallist zou moeten kennen.

Gebruik de zon als ruw kompas overdag

De zon is je meest betrouwbare kompas bij helder weer. In Nederland staat de zon 's ochtends in het oosten, op zijn hoogste punt rond het middaguur in het zuiden, en 's avonds in het westen. Hou je dit schema in je hoofd, dan kun je altijd een globale richting bepalen.

Let op een paar beperkingen: bij zwaar bewolkte hemel werkt dit niet, en vlak bij de zomerzonnewende (juni) staat de zon op zijn hoogste punt iets noordelijker dan anders. Maar als grove oriëntatie bij helder weer is de zon meer dan voldoende om te weten of je de goede kant op loopt.

De schaduwstok-methode: nauwkeuriger dan je denkt

Wil je preciezer navigeren, gebruik dan de schaduwstok-methode. Dit is een techniek die al duizenden jaren oud is en verrassend goed werkt.

  1. Steek een stok van 60 tot 90 centimeter rechtop in de grond op een vlak, open plek.
  2. Markeer het eindpunt van de schaduw met een steen of takje. Dit is je westpunt.
  3. Wacht 15 tot 20 minuten en markeer het nieuwe eindpunt van de schaduw.
  4. Trek een denkbeeldige lijn van het eerste punt naar het tweede. Die lijn loopt van west naar oost.
  5. Sta je met je linkervoet op het eerste punt en je rechtervoet op het tweede, dan kijk je naar het noorden.

De schaduw beweegt altijd van west naar oost omdat de zon van oost naar west trekt. Eenvoudig, doeltreffend, en je hebt er niets voor nodig dan een stok en een kwartier geduld.

Navigeren op de sterren als het donker wordt

Gaat de zon onder, dan neem je de sterren als gids. De Poolster is daarvoor het belangrijkste referentiepunt in het noordelijk halfrond: hij staat vrijwel exact boven de geografische Noordpool en beweegt nauwelijks.

Zo vind je hem:

  • Zoek de Grote Beer, ook wel de Grote Wagen, een duidelijk panvorm van zeven heldere sterren.
  • Trek een lijn door de twee sterren aan het einde van de "bak" van de pan, de buitenste rand.
  • Verleng die lijn vijf keer de afstand tussen die twee sterren.
  • Aan het einde van die verlengde lijn vind je de Poolster. Hij is niet bijzonder helder, maar staat altijd op dezelfde plek.

Weet je eenmaal waar het noorden is, dan ken je de andere windrichtingen ook. Bij een heldere nacht geeft de Poolster je een nauwkeurigere richting dan veel goedkope kompassen.

Wat bomen en water je vertellen

De natuur geeft ook andere aanwijzingen, al zijn die minder betrouwbaar dan de bovenstaande methoden. Mos groeit bij voorkeur aan de schaduwkant van bomen en rotsen, in Nederland doorgaans de noord- of westkant. Gebruik dit alleen als extra bevestiging, nooit als primaire oriëntatie.

Water is een betere gids. Beekjes en rivieren stromen altijd naar lager gelegen gebied. In Nederland lopen ze bijna allemaal in de richting van de zee, dus westwaarts of noordwestwaarts. Volg je een beek stroomafwaarts, dan kom je vroeg of laat bij bewoning of een weg uit.

Andere bruikbare signalen:

  • Vliegtuigsporen lopen in Nederland vaak van west naar oost of andersom langs transatlantische routes.
  • Kerktorens zijn van ver zichtbaar en wijzen je naar een dorp.
  • Wegen en paden lopen doorgaans naar lager gelegen en bewoond terrein.

Ben je van plan vaker de natuur in te gaan, lees dan ook wat je altijd mee moet nemen als je gaat survivallen. Goede voorbereiding begint vóór je de auto uitstapt.

Zo hou je je koers vast onderweg

Weten in welke richting je moet lopen is één ding. Die richting ook vasthouden in dicht bos is een stuk lastiger. De meeste mensen wijken onbewust af naar links of rechts, waardoor je na een uur soms bijna een cirkel hebt gelopen.

Zo voorkom je dat:

  • Kies een ver referentiepunt recht voor je: een opvallende boom, een heuvel of een piek. Loop daar naartoe en kies dan een volgend punt in dezelfde richting.
  • Draai je regelmatig om en kijk terug vanwaar je gekomen bent. Liggen de punten achter je op één lijn? Dan loop je recht.
  • Tel je dubbelstappen: een gemiddelde volwassene zet per 100 meter zo'n 60 tot 70 dubbelstappen. Zo houd je bij hoeveel afstand je hebt afgelegd.

Wil je dieper ingaan op deze techniek, dan behandelt Art of Manliness de methode van "aiming off" uitgebreid: hoe je opzettelijk een paar graden afwijkt om zeker te zijn dat je de goede kant van een herkenningspunt bereikt.

Dit oefen je het beste vóór je het nodig hebt

Je hoeft niet naar de Ardennen om met deze technieken te oefenen. Begin in een vertrouwd park of bos en laat je telefoon bewust in je zak. Bepaal de richting met de zon of de schaduwstok en check daarna op de kaart of je het goed had. Na een paar sessies pik je de richting van een landschap automatisch op.

Navigatie zonder technologie is een vaardigheid, geen aangeboren talent. Combineer het met andere basisvaardigheden, zoals weten welke planten je in de natuur kunt eten en hoe je een vuur aansteekt, en je bouwt stap voor stap een stevige basis op.

Want een kompas kun je thuis laten liggen. De zon, de sterren en de bomen heb je altijd bij je.

B
Geschreven door Bram Visser Survival expert & wilderniscoach

Bram is het type dat een weekend in het bos doorbrengen geen straf vindt maar een vakantie. Als gecertificeerd wilderniscoach en voormalig marinier heeft hij geleerd om te overleven onder de meest uitdagende omstandigheden. Hij schrijft met een no-nonsense stijl en test elk stuk gear persoonlijk voordat hij erover schrijft. Zijn meest trotse moment? Drie dagen overleven in Noorwegen met alleen een mes en een vuurstaal.