Stond Yellowstone al jaren op je lijstje, of droom je van een roadtrip langs de Grand Canyon en Zion? Sinds 1 januari 2026 betaal je daar als Nederlander flink meer voor. De Amerikaanse overheid heeft bij elf topparken een aparte toeslag ingevoerd voor buitenlandse bezoekers, boven op de gewone entreeprijs.
Wat is er veranderd sinds 1 januari
Iedereen ouder dan 16 jaar zonder Amerikaans paspoort of vaste verblijfsvergunning betaalt sinds dit jaar 100 dollar extra per persoon. Dat bedrag komt bovenop de standaard entreeprijs van 35 dollar per voertuig die iedereen al betaalde. Voor een gezin van vier dat Yellowstone bezoekt, loopt de rekening zo op van 35 dollar naar bijna 435 dollar, alleen al voor de entree.
De toeslag geldt per park en per bezoek. Reis je in twee weken langs drie parken, dan betaal je die 100 dollar dus drie keer.
Welke parken worden duurder voor jou
De toeslag geldt voorlopig bij elf parken, stuk voor stuk klassiekers op de bucketlist van Nederlandse reizigers:
- Yellowstone
- Yosemite
- Grand Canyon
- Zion
- Glacier
- Grand Teton
- Bryce Canyon
- Rocky Mountain
- Sequoia en Kings Canyon
- Acadia
- Everglades
Andere parken, zoals Death Valley of Joshua Tree, vallen er nu nog buiten. Of dat zo blijft, is de vraag: het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft al aangegeven de lijst te kunnen uitbreiden.
De controle gebeurt bij de kassa of via het online reserveringssysteem, waar je bij aankoop moet aangeven of je Amerikaans staatsburger bent of een green card hebt. Reis je met een Nederlands paspoort, dan betaal je dus automatisch de hogere prijs. Een uitzondering geldt voor kinderen tot en met 15 jaar: zij betalen nooit de toeslag, ongeacht hun nationaliteit.
Wat een jaarkaart nu kost
Bezoek je meerdere parken in een jaar, dan was de America the Beautiful-jaarkaart altijd de slimste optie. Die kaart is er nog steeds, maar niet meer voor dezelfde prijs. Amerikanen betalen 80 dollar voor een jaar toegang tot alle federale parken. Voor buitenlandse bezoekers is dat nu 250 dollar.
Daar komt bij dat niet-Amerikanen sinds dit jaar zijn uitgesloten van de tien gratis dagen die de parkendienst elk jaar aanbiedt, zoals op Martin Luther King Day en de eerste zondag van National Park Week. Wie zonder Amerikaans paspoort reist, betaalt dus altijd, ook op die dagen.
Waarom Washington deze knop nu omdraait
Minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum noemt de toeslag een manier om buitenlandse bezoekers eerlijker te laten meebetalen aan onderhoud en beheer van de parken, kosten die tot nu toe grotendeels via belastinggeld van Amerikanen liepen. Alleen al bij Yellowstone verwacht onderzoeksbureau PERC er ongeveer 55 miljoen dollar per jaar extra mee op te halen.
Het gaat om serieuze aantallen bezoekers. In 2025 kwamen er in totaal 331,8 miljoen bezoeken aan Amerikaanse nationale parken, waarvan naar schatting 14,6 miljoen van buiten de Verenigde Staten. Voor het overheidsbudget is dat een aantrekkelijke groep om een extra bijdrage van te vragen. Voor de Nederlandse toerist verandert het de rekensom van een Amerika-trip aanzienlijk. De officiële prijzen en voorwaarden staan bijgewerkt op de website van de National Park Service.
Zo plan je toch een betaalbare route langs de parken
De toeslag hoeft je Amerika-avontuur niet in de weg te staan, als je slim plant. Ga je meerdere parken langs in één reis, dan is de jaarkaart van 250 dollar vaak nog steeds voordeliger dan losse tickets kopen bij elk park apart. Kies je voor drie of meer van de elf parken op je route, dan verdient de kaart zich terug.
Combineer de parken ook met een paar dagen in de wildernis eromheen. Wie zelf een route uitstippelt in afgelegen gebied, doet er goed aan zich voor te bereiden zoals bij elke serieuze survival trip: met de juiste uitrusting en een realistisch idee van wat je aankan. In parken als Rocky Mountain en Glacier trek je al snel door stevig berggebied, waar telefoonbereik allang niet meer vanzelfsprekend is. Een satellietcommunicator is dan geen overbodige luxe, zeker niet in de afgelegen delen van Yellowstone of Everglades.
Boek je entreekaarten en eventuele campingplekken bovendien ruim van tevoren. Sinds de toeslag is ingevoerd, melden Amerikaanse reisplatforms een lichte daling in boekingen door internationale bezoekers, wat de drukte op sommige plekken juist iets kan temperen. Wie flexibel is met data, profiteert daar het meest van: buiten de schoolvakanties zijn de populairste uitkijkpunten in Zion en Grand Canyon een stuk rustiger, ook zonder toeslagverschil.
Reis je met het hele gezin, reken dan vooraf uit of losse tickets of de jaarkaart voordeliger uitpakt. Bij twee volwassenen die drie parken bezoeken, is de jaarkaart al de goedkopere optie. Kinderen tot en met 15 jaar tellen daarbij toch al niet mee voor de toeslag, dus voor gezinnen met jonge kinderen valt de meerprijs vaak lager uit dan de kale bedragen doen vermoeden.
Wat dit betekent voor je volgende Amerika-trip
Reken de nieuwe kosten vooraf serieus mee in je budget, zeker als je meerdere parken wilt combineren. Een jaarkaart kopen zodra je bij het eerste park aankomt, is voor de meeste routes de verstandigste keuze. En hoe hoger de entreeprijs, hoe meer reden om je bezoek ook echt te laten tellen: neem de tijd voor een dagwandeling verder het park in, in plaats van alleen de drukke uitkijkpunten langs de weg af te werken. Dat is uiteindelijk waar deze parken om draaien.